In november 2013 ben ik weer begonnen met het bouwen, weer van een kistorgel. Het moest een orgel worden met 4 stemmen: Holpijp 8', Roerfluit 4', Prestant 2' en een discant Quint 2 ⅔'. Voor de holpijp gebruikte ik in het groot en klein octaaf en voor de roerfluit in het groot octaaf Western Red Cedar, voor de overige pijpen in deze stemmen kersen (Canadian Cherry). Voor de Prestant en de Quint pas ik esdoorn toe. Het kersenhout had ik nog steeds in ruime mate in voorraad uit een 18 jaar oude parketvloer. Daar kon ik nog wel twee stemmen uit bouwen. Ook het esdoornhout komt uit een oude houten vloer. Prima hout, maar dat is nu helemaal verwerkt. Het parkethout is na het schaven ca 18 mm dik. Voor het maken van de kernen uit hetzelfde hout was het dus nodig dikkere blokken te maken door verlijmen. De kas heb ik toch weer van eiken gemaakt.

De werkwijze was weer als de voorgaande projecten: vanuit de praktijk van het bouwen stap voor stap: eerst pijpen bouwen en daarmee op tafel op grote flipovervellen de lay-out bepalen. Dat werd een nog grotere puzzle dan de eerste twee orgels, omdat ook nu het uitgangspunt was, dat het orgel makkelijk verplaatst moest kunnen worden. Het mocht dus niet te zwaar worden totaal max rond de 100 kg en per deel, max. ca 75 kg. Bovendien mocht de diepte (klavierzijde tot achterzijde) niet meer meten dan 600 mm, anders zouden de twee delen niet naast elkaar in de auto kunnen. De breedte (= kant van het klavier) schat ik op ca 1100 mm. Na het bouwen van de pijpen en het bepalen van de lay-out ben ik verder gegaan met de windlade. Die is eind augustus '14 gereed gekomen). Vervolgens het klavier, de windvoorziening, de tractuur, het regeerwerk, de kast e.d. Ik ben daar een langere tijd mee bezig geweest, dan ik had voorzien. Het is juni 2016 geworden, toen het orgel bespeelbaar was.

Ik heb wel ervaren, dat het bouwen en stemmen van een prestant 2' een uiterst precies werk is. Na het intoneren daarvan bleken verscheidene pijpen in de opstelling op de stok, met alle andere pijpen er om heen, toch nog niet te voldoen en moesten de voorslagen eraf gehaald worden om opnieuw de exact juist plaats te bepalen. Ook voor het stemmen van de quint 3' moest ik de tijd nemen. Het steekt ontzettend nauw. Staat 't net niet goed, dan krast hij er doorheen. Maar het is heel goed te horen wanneer de toon precies op z'n plek valt in de 8' en de 4' en vormt het een prachtige versterking in de klank van het orgel. 

Bij mijn 2e orgel heb ik een pianokruk opgeknapt, die dienst doet als ik het orgel verhuur. Dat leverde commentaar van de organist Jan Jaap Steensma, die er met enige regelmaat op speelde. Hij vond die kruk maar niks bij dat orgel. Zijn voorkeur gaat uit naar een "plank onder de kont".

Dus zat er niets anders op, dan maar zo'n plank te fabriceren. Het kistorgel staat ook wel's een onderstel op wielen, waardoor het klavier ca 10 cm hoger staat t.o.v. de vloer. De orgelbankje zou dus in hoogte verstelbaar moeten zijn. Een oude pianokruk, opgehaald van de zolder bij een pianohandelaar leverde het mechaniek. Met het nog voor handen zijnde eikenhout heb ik een zo goed mogelijk bij het kistorgel passend orgelbank kunnen maken. En nog wel in hoogte verstelbaar ook. De bespeler kan dus achter het klavier terecht een "plank". Speelt veel beter ! 

 

 de pijpen

 lay-out en windlade

 

wind en keilbalg

 

orgelkas

in- en afbouwen 

Maak een gratis website met Yola